Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen

20-04-2011

Wordt het lange wachten beloond?

Gisteren, 12 april 2011, is het wetsvoorstel Aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen door de Eerste Kamer aangenomen. De inwerkingtreding is nu nog niet duidelijk. 1 juli 2011 wordt waarschijnlijk niet gehaald, naar alle waarschijnlijkheid zal het wetsvoorstel ingaan dit najaar of anders op 1 januari 2011. Het voorstel is aangenomen door beide kamers. Hierdoor kunnen we wel al bekijken wat de impact van de komende wetswijziging gaat zijn.

In deze nieuwsbrief zullen we eerst kort de geschiedenis van dit wetsvoorstel bespreken. Vervolgens zullen de meest in het oog springende wijzigingen worden toegelicht.

Geschiedenis

Het oorspronkelijke wetsvoorstel is, door toenmalig minister van Justitie Donner, in mei 2003 bij de Tweede Kamer ingediend. Meest in het oog springende verandering zou zijn dat de wettelijke gemeenschap van goederen op de schop ging. Voortaan zou tot de gemeenschap alleen behoren de goederen die de echtgenoten gedurende het huwelijk hadden gekregen en de schulden die gedurende het huwelijk waren ontstaan. Dus goederen die de echtgenoten voor het huwelijk bezaten of schulden die ze voor het huwelijk hadden, vielen buiten de gemeenschap van goederen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in 2005 is dit deel van het voorstel vervallen. Ook erfenissen en schenkingen zouden, ook zonder uitsluitingsclausule, niet tot de gemeenschap van goederen behoren. Tot maart 2008 heeft dit onderdeel uitgemaakt van het voorstel. Echter bij amendement is ook dit geschrapt. Hierna i! s er inhoudelijk weinig meer aan het voorstel gewijzigd. In die periode vanaf toen tot nu is het voorstel aangenomen en besproken in de Eerste en Tweede Kamer. Vanaf maart 2008 doet het wetsvoorstel zijn naam dus niet langer eer aan. Immers de gemeenschap van goederen wordt niet aangepast, maar blijft zoals die was.

Wijzigingen na invoering wetsvoorstel

Van het oorspronkelijk voorstel is het volgende overgebleven:

Introductie van de beleggingsleer;

Aanpassingen van de huwelijkse voorwaarden hoeven niet meer langs de rechter,

Tijdstip ontbinding gemeenschap;

Schrapping gemeenschap van vruchten en inkomsten en gemeenschap van winst en verlies (de wettelijke keuzestelsels);

Wijzigingen in bestuur over goederen van de gemeenschap;

Wijziging van de vergoeding van een echtgenoot aan de gemeenschap in verband met schuldeisers die verhaal hebben gehaald op de gemeenschap.

Dit voorstel is gisteren aangenomen en wordt dus ingevoerd.

Aangezien de wettelijke keuzestelsels in de praktijk niet vaak werden gebruikt, worden deze uit de wet geschrapt. Dit is ook de reden dat we de gevolgen hiervan niet verder bespreken. De laatste twee wijzigingen hebben ook maar beperkt invloed op de praktijk van de financieel adviseur. Deze worden dan ook niet besproken.

Introductie beleggingsleer

Om deze wijziging toe te lichten, volgt hierna eerst een korte casus. Vervolgens zullen we bespreken hoe de casus nu nog uitwerkt en hoe deze uitwerkt na invoering van het wetsvoorstel.

Casus

Man en vrouw zijn gehuwd buiten gemeenschap van goederen. Ze kopen samen een woning van € 250.000. De woning wordt gefinancierd door het afsluiten van een hypotheek van € 200.000. Daarnaast brengt de vrouw € 50.000 eigen geld in.

Onder het huidig recht heeft de vrouw een nominale vordering van € 50.000 op de gemeenschap. Het maakt niet uit of het huis stijgt of daalt in waarde. Dus als de woning bijvoorbeeld op moment van overlijden of echtscheiding € 300.000 waard is, heeft de vrouw recht op € 75.000 (haar nominale vordering en de helft van het overige). De man heeft recht op € 25.000. Als de woning bij het einde van het huwelijk € 150.000 waard is dan zit in de gemeenschap een negatieve waarde van € 100.000 (woning € 150.000, hypotheek € 200.000, schuld aan de vrouw € 50.000). Ieder moet de helft van de negatieve waarde vergoeden, € 50.000. Bij de vrouw valt deze vergoeding weg tegen de vordering die zij heeft op de gemeenschap. Stel dat de woning door echtscheiding verkocht wordt. In dat geval moet de man het tekort van € 50.000 dragen.

Onder het nieuwe recht heeft de echtgenoot recht op een vergoeding van een deel van de waarde van het goed, bij einde van het huwelijk, dat overeenkomt met het deel dat zijn inbreng bij aankoop van het goed uitmaakte van de totale investering. In deze casus heeft de vrouw dus recht op 1/5 van de waarde van het goed. Dus als de woning € 300.000 waard is heeft ze recht op € 60.000. Daarnaast heeft zij recht op de helft van de overwaarde minus haar deel, dus € 20.000. De man heeft ook recht op € 20.000. Als de woning € 150.000 waard is, heeft de vrouw recht op € 30.000. De waarde van de gemeenschap is dan € 80.000 negatief. Ieder moet dus € 40.000 vergoeden. Stel dat de woning door echtscheiding verkocht wordt. De man moet dan € 40.000 en de vrouw € 10.000 van het tekort dragen.

De beleggingsleer gaat niet gelden voor verbruiksgoederen. Voor deze goederen blijft de nominale vergoeding gelden. Wat wel en wat niet onder verbruiksgoederen valt, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Aanpassing huwelijkse voorwaarden

Onder het huidig recht moeten echtgenoten toestemming vragen aan de rechter als ze voornemens zijn de huwelijkse voorwaarden aan te passen. Hiermee is beoogd dat eventuele schuldeisers niet benadeeld worden door de wijziging van de voorwaarden. Na invoering van de wet is deze toestemming niet meer nodig. In de wet wordt opgenomen dat de echtgenoten, na opheffing van de eventuele gemeenschap, hoofdelijk aansprakelijk blijven voor alle schulden van de gemeenschap. Op die manier worden de schuldeisers, volgens de wetgever, voldoende beschermd. De aansprakelijkheid van een echtgenoot gaat echter niet verder dan de goederen die de echtgenoot uit de verdeelde gemeenschap heeft verkregen.

Tijdstip ontbinding gemeenschap

Als echtgenoten op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd en gaan scheiden wordt meestal als datum (bekend als de peildatum) van waardering van de gemeenschap genomen de datum van indiening van het verzoek tot echtscheiding. Hiermee komt de eventuele gemeenschap voor de daadwerkelijke echtscheidingsdatum ten einde. Bij echtgenoten die gehuwd zijn in gemeenschap van goederen komt de gemeenschap van goederen ten einde bij de inschrijving van de beschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand. Hierdoor vallen alle goederen die zijn verkregen en schulden die zijn gemaakt, gedurende de echtscheidingsprocedure, in de gemeenschap van goederen. Dit vindt de wetgever niet meer wenselijk. Daarom eindigt voortaan de gemeenschap van goederen bij indiening van het verzoek tot echtscheiding.

Conclusie

Bij indiening van het wetsvoorstel leek het erop dat er veel ging veranderen met betrekking tot de gemeenschap van goederen. Na de definitieve onthoofding van het voorstel in maart 2008 zijn de veranderingen minder verstrekkend. Er blijven echter een drietal wijzigingen over die zeker van belang zijn voor de financieel adviseur. De introductie van de beleggingsleer is van belang bij verdeling van een gemeenschap. Dit speelt logischerwijs een rol bij echtscheiding. Maar de beleggingsleer speelt ook een rol bij de bepaling en verdeling van een nalatenschap. Door vereenvoudigde wijze van aanpassing van het huwelijksgoederen regime is de stap voor echtgenoten veel kleiner. Dit is dus voortaan makkelijker en vaker te adviseren. Het laatste punt, het tijdstip van ontbinding van de gemeenschap van goederen, speelt alleen bij echtscheiding. Het is echter wel iets waar de financieel adviseur rekening mee moet houden. Het wordt echter, na alle waarschijnlijkheid, niet eenvoudiger tijdens de echtscheidingsprocedure een woning te kopen.

Over de auteur

Martijn Peeters FFP MFP is verbonden aan de afdeling Learning & Development van Dukers & Baelemans. Hij houdt zich bezig met het ontwikkelen van opleidingen in alle vakgebieden van financiële planning. Daarnaast is hij docent voor verschillende opleidingen van Dukers & Baelemans.


« Terug naar nieuwsoverzicht